De eerste twintig minuten
Een investeerder vormt zich in de eerste twintig minuten al een sterk beeld van u en uw onderneming — niet op basis van het businessplan, maar op basis van hoe u het probleem, de klant en uzelf schetst.
Het probleem eerst, niet het product
Een investeerder wil eerst begrijpen welk probleem er écht bestaat en voor wie, vóór hij naar de oplossing luistert. Voorbeeld: 'kmo's verliezen gemiddeld twaalf uur per maand aan handmatige facturatie' opent sterker dan een opsomming van functionaliteiten.
Uzelf als ondernemer
Minstens zoveel als het idee, weegt de vraag of u het idee kunt uitvoeren: kennis van de sector, doorzettingsvermogen bij tegenslag, en het vermogen om bij te sturen. Voorbeeld: vertel kort waarom u, en niet iemand anders, deze onderneming het best kan laten slagen.
Tractie, hoe klein ook
Concrete tekenen dat de markt reageert — eerste klanten, een wachtlijst, herhaalaankopen — wegen zwaarder dan een optimistische projectie. Voorbeeld: '40 betalende klanten na zes maanden, met een maandelijkse churn van 3%' zegt meer dan een omzetprognose voor jaar drie.
De ask
Een investeerder wil snel weten hoeveel u zoekt, waarvoor, en welk aandeel of welke voorwaarde daartegenover staat. Voorbeeld: '400.000 euro voor achttien maanden runway, voornamelijk voor twee salesprofielen en marketing' is concreter dan 'we zoeken kapitaal om te groeien'.
In de praktijk
Oefen de eerste twee minuten letterlijk hardop: probleem, oplossing, tractie, ask. Wie die vier zinnen scherp krijgt, wint tijd voor het echte gesprek daarna.