← Blog

Hoe je marge per klant berekent — en er iets mee doet

Marge·5 januari 2027·8 min

In de meeste KMO's realiseert een minderheid van de klanten het grootste deel van de winst, terwijl een deel van de klantenbasis netto verlieslatend is. Dat weet bijna iedereen intuïtief en bijna niemand becijferd. Deze analyse hoeft geen weken te kosten: met een pragmatische methode en enkele aannames krijg je binnen een dag een beeld dat bruikbaar genoeg is om beslissingen op te baseren.

Waarom klantwinstgevendheid zelden berekend wordt

De meest gehoorde reden is dat de kostenverdeling te complex zou zijn. Dat argument klopt wanneer je perfectie nastreeft en klopt niet wanneer je een beslissing wil nemen. Voor sturing volstaat een verdeling die de grote verschillen zichtbaar maakt.

Een tweede reden is ongemak: de analyse toont dat een klant waar veel aandacht naartoe gaat, weinig oplevert. Dat is precies de informatie waarvoor je de analyse maakt, en tegelijk de reden waarom ze wordt uitgesteld.

Een derde reden is dat de boekhouding niet per klant is opgezet. Dat hoeft ook niet: je kan de analyse buiten de boekhouding maken, met een spreadsheet en enkele aannames, en die eenmalige oefening levert doorgaans meer op dan een jaar aan rapportering.

Stap één: brutomarge per klant

Begin met omzet per klant min de rechtstreeks toewijsbare kosten: aankoop van goederen, onderaanneming, materiaal, transport. Dat is in de meeste bedrijven zonder veel werk beschikbaar.

Dat cijfer alleen levert al inzicht op. Klanten met een vergelijkbare omzet blijken vaak een sterk verschillende brutomarge te hebben, door verschillen in productmix, kortingen of leveringsvoorwaarden.

Rangschik je klanten op brutomarge in euro en kijk naar de verdeling. In een typische KMO levert twintig procent van de klanten meer dan de helft van de brutomarge; die groep verdient een andere behandeling dan de rest.

Stap twee: de tijd die een klant kost

De belangrijkste verborgen kost is tijd: overleg, aanpassingen, klachten, spoedleveringen, administratie, opvolging van betalingen. In dienstenbedrijven is dat de hoofdkost; in productie en handel is het vaak de doorslaggevende factor tussen twee klanten met dezelfde brutomarge.

Je hoeft daarvoor geen tijdsregistratie in te voeren. Vraag de betrokken medewerkers per grote klant een schatting in uren per maand, en gebruik een gemiddeld uurtarief. Drie mensen die onafhankelijk schatten, komen doorgaans dicht genoeg bij elkaar.

Trek die kost af van de brutomarge. In vrijwel elke analyse zakken hierdoor een of twee klanten die op omzet indrukwekkend leken, naar de onderkant van de lijst. Dat is meestal het meest waardevolle inzicht van de hele oefening.

Stap drie: werkkapitaal en betaalgedrag

Een klant die zestig dagen later betaalt dan de rest, financiert zich met jouw geld. Reken die kost mee: het openstaande bedrag maal de duur maal je financieringskost. Bij grote klanten met lange betaaltermijnen loopt dat op tot een merkbaar deel van de marge.

Neem ook voorraad mee die specifiek voor één klant wordt aangehouden, en verpakkings- of leveringsvereisten die enkel voor die klant gelden. Dat zijn reële kosten die zelden in een prijsberekening zitten.

Het resultaat na deze drie stappen is geen exacte winst per klant, maar wel een betrouwbare rangschikking. En een rangschikking is voldoende om beslissingen op te nemen.

Wat je met de uitkomst doet

De reflex "verlieslatende klanten buitenzetten" is bijna altijd te snel. Zolang een klant bijdraagt aan de dekking van je vaste kosten en je capaciteit niet volledig bezet is, kan hij nuttig blijven. De juiste vraag is hoe je hem anders bedient of anders prijst.

Concrete ingrepen: een prijsaanpassing, een minimumbestelbedrag, minder maatwerk, striktere leveringsafspraken, of een aangepast serviceniveau. In veel gevallen wordt zo'n klant na aanpassing gewoon winstgevend.

Gebruik de analyse ook in de andere richting: welke kenmerken hebben je beste klanten gemeen, en zoekt je commerciële inspanning daar wel actief naar? Dat is de meest onderschatte toepassing van deze oefening. De margescan zet die verdeling in enkele minuten op een rij.

Gesprekken voeren op basis van cijfers

Een gesprek met een grote maar weinig winstgevende klant verloopt anders wanneer je met concrete cijfers komt: hoeveel uren extra opvolging, hoeveel spoedleveringen, welk effect op de doorlooptijd. Dat maakt het gesprek zakelijk in plaats van verwijtend.

Vaak is de klant zich niet bewust van de kost die hij veroorzaakt, en zijn er eenvoudige aanpassingen mogelijk aan zijn kant: bestellingen bundelen, langere levertermijnen aanvaarden, of het aantal contactmomenten beperken.

Bereid dat gesprek voor met een concreet voorstel in plaats van een probleemstelling. "Bij bestellingen boven dit bedrag houden we de huidige prijs aan, daaronder komt er een toeslag" is een gesprek; "jullie kosten ons te veel" is dat niet.

De analyse herhalen en levend houden

Doe de volledige oefening jaarlijks en bekijk de verschuivingen. Klanten die groeien, verschuiven vaak naar een lagere marge omdat ze onderhandelen; klanten die stabiel blijven, worden geleidelijk winstgevender naarmate de samenwerking soepeler loopt.

Neem de conclusies mee naar de bestuurstafel, minstens één keer per jaar. De vraag daar is niet enkel welke klanten winstgevend zijn, maar of de commerciële strategie op de juiste klanten mikt.

Hou de methode bewust eenvoudig. Analyses die elk jaar verfijnder worden, worden op termijn niet meer gemaakt. Dezelfde ruwe methode, jaar na jaar toegepast, levert het meest bruikbare beeld op.

Veelgestelde vragen

Hoe bereken je de marge per klant zonder complexe kostenverdeling?

Begin bij brutomarge per klant, trek daar een geschatte tijdsbesteding tegen een gemiddeld uurtarief van af, en reken de kost van betaaltermijnen en klantspecifieke voorraad mee. Een rangschikking volstaat voor beslissingen.

Moet je verlieslatende klanten laten gaan?

Zelden meteen. Zolang ze bijdragen aan de dekking van vaste kosten en je capaciteit niet vol zit, is aanpassen beter: prijsaanpassing, minimumbestelbedrag, minder maatwerk of een aangepast serviceniveau.

Hoe vaak herhaal je deze analyse?

Eén keer per jaar, met dezelfde eenvoudige methode. Klantwinstgevendheid verschuift sneller dan verwacht, en een consequent herhaalde ruwe analyse is bruikbaarder dan een verfijnde die niet volgehouden wordt.

Arvix begeleidt KMO's als extern bestuurder en lid van een raad van advies. Neem contact op om vrijblijvend af te toetsen.

Verder lezen