Drie bevoegdheidsniveaus
Elke beslissing in een vennootschap hoort thuis op één van drie niveaus. Wie die niveaus niet scherp onderscheidt, laat beslissingen op de verkeerde plek landen — te laag genomen, of onnodig vertraagd op een hoger niveau.
Dagelijks bestuur
De lopende zaken die geen uitstel dulden en geen strategisch gewicht dragen, gedelegeerd aan één of meerdere personen met een duidelijk mandaat. Voorbeeld: de gedelegeerd bestuurder keurt leveranciersfacturen tot 20.000 euro goed zonder het bestuursorgaan te raadplegen.
Bestuursorgaan
Beslissingen die het beleid van de vennootschap bepalen en die de wet of de statuten niet uitdrukkelijk aan de algemene vergadering voorbehouden. Voorbeeld: het bestuursorgaan beslist over een investering van 150.000 euro in nieuwe machines na bespreking van de terugverdientijd.
Algemene vergadering
De beslissingen die de wet uitdrukkelijk aan de aandeelhouders voorbehoudt: statutenwijzigingen, kapitaalverrichtingen, benoeming en ontslag van bestuurders, goedkeuring van de jaarrekening. Voorbeeld: een kapitaalverhoging om een overname te financieren vereist een besluit van de algemene vergadering, ongeacht wat het bestuursorgaan er zelf van vindt.
Waarom de scheiding telt
Zonder duidelijke scheiding schuift alles automatisch naar het hoogste niveau — meestal de zaakvoerder persoonlijk — waardoor die overbelast raakt en het bestuur zijn eigenlijke rol, toezicht en richting, niet meer opneemt. Voorbeeld: een zaakvoerder die elke aanwerving zelf goedkeurt, heeft geen tijd meer voor de strategische beslissingen die wél zijn aandacht vereisen.
In de praktijk
Begin niet bij de bedragen, maar bij de vraag welke beslissingen vandaag op het bureau van de zaakvoerder belanden die daar niet thuishoren. Dat lijstje is meestal langer dan verwacht en vormt het beste vertrekpunt voor een kader.